Spannende Boeken Weken Schrijfwedstrijd

Gepubliceerd op: 31 mei 2018 14:49

In de maand juni vieren we de Spannende Boeken Weken met een spannende schrijfwedstrijd. Wij hebben het begin geschreven, maar jij bepaalt hoe het verhaal afloopt. Maak je verhaal zo spannend, mysterieus of griezelig mogelijk! Er zijn slechts een paar kleine richtlijnen. Er mag geen onfatsoenlijk taalgebruik worden gebruikt. Het is een verhaal van minimaal 2 en maximaal 5 A4’tjes. Verhalen kunnen de hele maand juni worden opgestuurd naar redactie@deboekenberg.nl. In juli wordt het beste verhaal gepubliceerd via diverse kanalen van de bibliotheek. De winnende schrijver gaat naar huis met een bijpassende prijs. 1 t/m 30 juni

Gefeliciteerd! 

Sylvia Steenberg- van Staveren is de succesvolle eigenares van een winkelketen cadeaushops en curiosawinkels. Over een dag viert ze haar vijftigste verjaardag, en speciaal voor deze gelegenheid is haar oudste zoon Alex , die in Canada woont en werkt, naar Nederland gekomen. De echtgenoot van Sylvia, Sander, is naar Schiphol gereden om Alex op te halen. Ondertussen bereiden Sylvia, haar ouders Lucas en Marianna van Staveren, jongste zoon Stefan, dochter Patricia en diens vriend Rob het feest voor de volgende dag voor.

11.25 uur

‘Geen slingers, Stefan, dat vind ik kinderachtig,’ zegt Sylvia terwijl ze afkeurend naar de verrichtingen van haar zoon kijkt.
‘Maar mam, je wordt vijftig! Dan mag het toch wel uitbundig gevierd worden?’
‘Uitbundig prima, maar geen ordinaire slingers.’
‘Wil je de extra stoelen nu al neerzetten?’ vraagt Lucas van Staveren aan zijn dochter.
‘Ja, maar nog niet allemaal, pa. En de salontafel moet leeg. O, en je kan de witte wijn alvast in de koeling zetten.’
‘Oké, chef!’ Lucas salueert naar zijn dochter en geeft zijn kleinzoon een knipoog.
‘Moet ik de tafel ook voor Sander en Alex dekken?’ vraagt Marianna, de moeder van Sylvia, vanuit de keuken.
‘Doe maar!’ roept Sylvia terug. ‘Als ze niet in een file terecht zijn gekomen dan kunnen ze rond lunchtijd hier zijn.’
‘Toch wel fijn dat Alex de tijd heeft genomen om naar huis te komen,’ zegt Stefan. ‘Hij zit al een jaar in Canada …’
‘Je moeder wordt maar één keer vijftig. Een goede reden voor Alex om zijn familie weer eens op te zoeken,’ zegt Lucas.
‘Waar zijn Patries en Rob?’ vraagt Sylvia.
‘Hier,’ klinkt het achter haar. ´We zijn klaar met de partytent,’ meldt Patricia, Sylvia’s dochter.
‘Mooi, dan kan ik die klus ook afvinken op mijn lijst. Allemachtig, wat een geregel, zo’n verjaardag.’
Dingdong … ding … dong!!
‘De bel. Zijn dat pa en Alex al?’ vraagt Patricia.
‘Pa heeft de sleutels toch bij zich?’ vraagt Stefan.
‘Geen idee. Ik ga opendoen,’ zei Sylvia. Verlangend om de zoon die ze zo mist weer in de armen te sluiten haast ze zich de hal in en naar de voordeur.
Zodra ze de deur opent staat ze oog in oog met haar oudste zoon.
‘Alex! Eindelijk ben je er! Welkom thuis!’ Dol van vreugde wil ze hem omhelzen, maar hij doet een paar stappen achteruit.
‘Hallo moeder,’ fluistert hij. Ze ziet dat zijn glimlach niet oprecht is.
‘Waar is je vader?’
‘Vader …’ Hij kijkt heel even verward. Dan keert de vreemde glimlach terug op zijn gezicht.
Sylvia ziet nu wat Alex intussen van onder zijn jasje vandaan heeft gehaald.
Ze kijkt recht in de loop van een pistool.


11.55 uur

‘Nog maar een paar straten, dan ben je weer thuis, jongen,’ zegt Sander Steenberg tegen zijn zoon die naast hem zit.
‘Vancouver is nu mijn thuis, pa. Maar ik ben wel blij dat ik zo dadelijk ma en de rest van de familie weer zie. Alweer een jaar geleden dat ik hier wegging.’
‘Je moeder en broertje missen je elke dag.’
‘En jij en Patries niet?’
Sander lacht. ‘Natuurlijk wel. Maar je zusje heeft het nu te druk met haar vriendje. Ze willen gaan samenwonen.’
‘Prima toch? Ze is al drieëntwintig en Rob is een goeie gozer.’
‘Ja, jouw beste voetbal- en stapmaatje.’
De mobiele telefoon van Sander begint in het dashboardkastje alweer te rinkelen. Hij negeert het geluid echter, net als tien minuten geleden. Maar de telefoon blijft maar overgaan, wat Alex begint te irriteren.
‘Moet je niet opnemen?’ vraagt hij aan zijn vader.
‘Ik ben nu aan het autorijden, knul. Pak jij hem anders even,’ antwoordt Sander Steenberg.
‘Oké dan.’
Alex neemt op. ‘Het is Stefan ... Hey, broertje. Jij wil zeker weten waar we zijn. Nou, ga alvast maar in de voortuin staan, want we rijden de straat zo binnen.’
‘Alex? Ben jij dat? Maar … hoe kan dat nou? Waar ben je?’
‘Hoezo waar ben je? Ik zit naast pa in zijn auto, waar zou ik anders moeten zijn?’
‘Ik … ik snap dit niet! Waarom heb je dit gedaan, Alex?’
‘Waar heb je het over, Steef? Wat is er aan de hand?’
Ze rijden de straat in waar het ouderlijk huis van Alex staat.
‘Oh God, wat is hier gebeurd?’ hoort hij zijn vader fluisteren.
Op de stoep voor de deur van hun huis staat een ambulance, en een deel van de straat is bezet door een politiebusje en minstens drie politiewagens. Agenten zijn bezig om een deel van de straat af te zetten. Hun deel van de straat.
Alex geeft de mobiel aan zijn vader. Twee agenten gaan voor de auto staan en signaleren hen om te stoppen. Ze stappen uit. Alex ziet zijn broer, zus en beste vriend in de voortuin staan. Ze kijken echter niet blij, maar heel bezorgd. Zodra ze hem zien verandert hun houding. Ze zijn duidelijk woedend. Op hem.
‘Ik woon daar,’ hoort hij zijn vader tegen de agenten zeggen. ‘Wat is er gebeurd?’
Een verwarde Alex ziet een man en vrouw in burger, geflankeerd door twee agenten in uniform vanaf de ambulance op hem afkomen.
‘Recherche. En wie bent u?’ vraagt de vrouw, terwijl zij en haar collega hun insignes laten zien.
‘Ik ben Alex Steenberg …’
‘De zoon?’ vraagt de man. De twee rechercheurs kijken elkaar verbaasd aan en knikken.
‘Dit is heel erg vreemd,’ zegt de vrouwelijke rechercheur. ‘Maar toch … meneer Alexander Steenberg, u bent bij deze aangehouden.’ Ze knikt naar de twee agenten, die Alex ieder bij een arm pakken.
‘Aangehouden? Maar … maar waarvoor dan?’
‘Voor de poging tot moord op uw moeder, Sylvia Steenberg,’ antwoordt de mannelijke rechercheur.


@@@@@@@
@@@@@
@@@
@