Spannende Schrijfwedstrijd

Gepubliceerd op: 18 juli 2018 11:47

In het kader van de Spannende Boeken Weken in juni organiseerden we een spannende schrijfwedstrijd. We scheven het begin van een verhaal en vroegen onze bezoekers dit af te schrijven. We ontvingen tal van spannende en mysterieuze verhalen die ons op het puntje van onze stoel hielden tot de laatste paar zinnen. Maar er kan maar één winnaar zijn en dat is: Yvette de Klerk. Haar verhaal lees je hieronder!

Gefeliciteerd!

Sylvia Steenberg- van Staveren is de succesvolle eigenares van een winkelketen cadeaushops en curiosawinkels. Over een dag viert ze haar vijftigste verjaardag, en speciaal voor deze gelegenheid is haar oudste zoon Alex , die in Canada woont en werkt, naar Nederland gekomen. De echtgenoot van Sylvia, Sander, is naar Schiphol gereden om Alex op te halen. Ondertussen bereiden Sylvia, haar ouders Lucas en Marianna van Staveren, jongste zoon Stefan, dochter Patricia en diens vriend Rob het feest voor de volgende dag voor.

11.25 uur

‘Geen slingers, Stefan, dat vind ik kinderachtig,’ zegt Sylvia terwijl ze afkeurend naar de verrichtingen van haar zoon kijkt.
‘Maar mam, je wordt vijftig! Dan mag het toch wel uitbundig gevierd worden?’
‘Uitbundig prima, maar geen ordinaire slingers.’
‘Wil je de extra stoelen nu al neerzetten?’ vraagt Lucas van Staveren aan zijn dochter.
‘Ja, maar nog niet allemaal, pa. En de salontafel moet leeg. O, en je kan de witte wijn alvast in de koeling zetten.’
‘Oké, chef!’ Lucas salueert naar zijn dochter en geeft zijn kleinzoon een knipoog.
‘Moet ik de tafel ook voor Sander en Alex dekken?’ vraagt Marianna, de moeder van Sylvia, vanuit de keuken.
‘Doe maar!’ roept Sylvia terug. ‘Als ze niet in een file terecht zijn gekomen dan kunnen ze rond lunchtijd hier zijn.’
‘Toch wel fijn dat Alex de tijd heeft genomen om naar huis te komen,’ zegt Stefan. ‘Hij zit al een jaar in Canada …’
‘Je moeder wordt maar één keer vijftig. Een goede reden voor Alex om zijn familie weer eens op te zoeken,’ zegt Lucas.
‘Waar zijn Patries en Rob?’ vraagt Sylvia.
‘Hier,’ klinkt het achter haar. ´We zijn klaar met de partytent,’ meldt Patricia, Sylvia’s dochter.
‘Mooi, dan kan ik die klus ook afvinken op mijn lijst. Allemachtig, wat een geregel, zo’n verjaardag.’
Dingdong … ding … dong!!
‘De bel. Zijn dat pa en Alex al?’ vraagt Patricia.
‘Pa heeft de sleutels toch bij zich?’ vraagt Stefan.
‘Geen idee. Ik ga opendoen,’ zei Sylvia. Verlangend om de zoon die ze zo mist weer in de armen te sluiten haast ze zich de hal in en naar de voordeur.
Zodra ze de deur opent staat ze oog in oog met haar oudste zoon.
‘Alex! Eindelijk ben je er! Welkom thuis!’ Dol van vreugde wil ze hem omhelzen, maar hij doet een paar stappen achteruit.
‘Hallo moeder,’ fluistert hij. Ze ziet dat zijn glimlach niet oprecht is.
‘Waar is je vader?’
‘Vader …’ Hij kijkt heel even verward. Dan keert de vreemde glimlach terug op zijn gezicht.
Sylvia ziet nu wat Alex intussen van onder zijn jasje vandaan heeft gehaald.
Ze kijkt recht in de loop van een pistool.

11.55 uur

‘Nog maar een paar straten, dan ben je weer thuis, jongen,’ zegt Sander Steenberg tegen zijn zoon die naast hem zit.
‘Vancouver is nu mijn thuis, pa. Maar ik ben wel blij dat ik zo dadelijk ma en de rest van de familie weer zie. Alweer een jaar geleden dat ik hier wegging.’
‘Je moeder en broertje missen je elke dag.’
‘En jij en Patries niet?’
Sander lacht. ‘Natuurlijk wel. Maar je zusje heeft het nu te druk met haar vriendje. Ze willen gaan samenwonen.’
‘Prima toch? Ze is al drieëntwintig en Rob is een goeie gozer.’
‘Ja, jouw beste voetbal- en stapmaatje.’
De mobiele telefoon van Sander begint in het dashboardkastje alweer te rinkelen. Hij negeert het geluid echter, net als tien minuten geleden. Maar de telefoon blijft maar overgaan, wat Alex begint te irriteren.
‘Moet je niet opnemen?’ vraagt hij aan zijn vader.
‘Ik ben nu aan het autorijden, knul. Pak jij hem anders even,’ antwoordt Sander Steenberg.
‘Oké dan.’
Alex neemt op. ‘Het is Stefan ... Hey, broertje. Jij wil zeker weten waar we zijn. Nou, ga alvast maar in de voortuin staan, want we rijden de straat zo binnen.’
‘Alex? Ben jij dat? Maar … hoe kan dat nou? Waar ben je?’
‘Hoezo waar ben je? Ik zit naast pa in zijn auto, waar zou ik anders moeten zijn?’
‘Ik … ik snap dit niet! Waarom heb je dit gedaan, Alex?’
‘Waar heb je het over, Steef? Wat is er aan de hand?’
Ze rijden de straat in waar het ouderlijk huis van Alex staat.
‘Oh God, wat is hier gebeurd?’ hoort hij zijn vader fluisteren.
Op de stoep voor de deur van hun huis staat een ambulance, en een deel van de straat is bezet door een politiebusje en minstens drie politiewagens. Agenten zijn bezig om een deel van de straat af te zetten. Hun deel van de straat.
Alex geeft de mobiel aan zijn vader. Twee agenten gaan voor de auto staan en signaleren hen om te stoppen. Ze stappen uit. Alex ziet zijn broer, zus en beste vriend in de voortuin staan. Ze kijken echter niet blij, maar heel bezorgd. Zodra ze hem zien verandert hun houding. Ze zijn duidelijk woedend. Op hem.
‘Ik woon daar,’ hoort hij zijn vader tegen de agenten zeggen. ‘Wat is er gebeurd?’
Een verwarde Alex ziet een man en vrouw in burger, geflankeerd door twee agenten in uniform vanaf de ambulance op hem afkomen.
‘Recherche. En wie bent u?’ vraagt de vrouw, terwijl zij en haar collega hun insignes laten zien.
‘Ik ben Alex Steenberg …’
‘De zoon?’ vraagt de man. De twee rechercheurs kijken elkaar verbaasd aan en knikken.
‘Dit is heel erg vreemd,’ zegt de vrouwelijke rechercheur. ‘Maar toch … meneer Alexander Steenberg, u bent bij deze aangehouden.’ Ze knikt naar de twee agenten, die Alex ieder bij een arm pakken.
‘Aangehouden? Maar … maar waarvoor dan?’
‘Voor de poging tot moord op uw moeder, Sylvia Steenberg,’ antwoordt de mannelijke rechercheur.

-----

Het vervolg van Yvette de Klerk

14.55 uur

‘Mevrouw Steenberg, kunt u mij horen?’ Het gezicht van de arts hangt vlak boven dat van Sylvia, die niet reageert.
‘Het spijt me, inspecteur, maar ze is nog niet aanspreekbaar. Maar zoals ik al zei, de kogel is succesvol verwijderd en mevrouw is niet meer in levensgevaar. We bellen u zodra ze wakker is.’
Zichtbaar teleurgesteld loopt van Klaveren weer de gang op waar de hele familie Steenberg, met uitzondering van Alex, zit te wachten op nieuws.
‘Wanneer laat u Alex gaan?’ Sander staat op en loopt met een rood gezicht op de rechercheur af. ‘Hij zat bij mij in de auto, dat heb ik u toch gezegd. Hij kan het niet gedaan hebben!’
‘Meneer Steenberg, zolang het onderzoek loopt, kan ik u niets vertellen. We hopen u vrouw zo snel mogelijk te kunnen horen. Zij is de enige die duidelijkheid in deze kwestie kan brengen.’
‘Pap, het was echt Alex. Ik snap er niets van.’ Voor de zoveelste keer vanmiddag barst Patricia in tranen uit en Rob legt weer troostend een arm om haar schouders. Lucas roert hoofdschuddend in een bekertje koffie en Marianna frommelt met haar zakdoek terwijl Stefan apathisch voor zich uit zit te staren.
‘De dader loopt nog vrij rond, dat weet ik zeker. En als hij straks hierheen komt om het af te maken?’ Sander schrikt zichtbaar van zijn eigen woorden en strijkt met beide handen door zijn haar.
‘Met die mogelijkheid houden wij rekening, meneer Steenberg, daarom zal er een agent in het ziekenhuis blijven. Maakt u zich geen zorgen. U hoort van ons.’ Het plastic zakje met de kogel verdwijnt in zijn binnenzak en na een knikje naar de familie loopt hij naar de lift.

16.30 uur

‘Oké, wat hebben we?’ Inspecteur van Klaveren gaat achter zijn bureau zitten en kijkt verwachtingsvol naar zijn collega’s Bruinsma en Verhoeven.
‘Alex Steenberg is gisteravond vanuit Toronto naar Frankfurt gevlogen. Hij kwam vanochtend met vlucht LH 988 om 10:20 uur op Schiphol aan. Dat hebben we gecheckt, het klopt. De camerabeelden van de luchthaven zijn opgevraagd, maar we hebben ze nog niet binnen. Van ballistiek hebben we ook nog niets.’ Bruinsma laat haar notities zakken en kijkt naar Verhoeven.
‘Nou, het buurtonderzoek heeft weinig opgeleverd. De buren aan de overkant van de Steenbergs hebben niets gezien, want een partytent ontneemt het zicht op de voordeur. Het schot hebben ze wel gehoord, net als een wegrijdende auto kort daarna. Van de andere bewoners in de straat was op dat tijdstip niemand thuis.’
‘Dat is niet veel. Ik hoop dat we vanavond nog met het slachtoffer kunnen praten. Patricia en Stefan zweren dat ze Alex hebben gezien toen hun moeder de deur open deed. Aan de andere kant hebben ze hem ook uit zijn vaders auto zien stappen. Er klopt gewoon iets niet. Trekken jullie ondertussen de familie na, ook dat vriendje van de dochter? Mevrouw Steenberg heeft een eigen zaak. Misschien kunnen we daar iets wijzer van worden.´

18.00 uur

De mist in haar hoofd lost langzaam op. De stemmen en de voetstappen zijn weg. Sylvia is wakker maar kan het niet opbrengen om haar ogen te openen. Toch ziet ze weer alles scherp voor zich. Ze is niets vergeten. Alex met een pistool. Alex die op haar schiet. In haar gedachten noemt ze hem Alex maar hij was het niet. Er was iets met die blik in zijn ogen. Ze zag niet de ogen van haar oudste zoon, maar die van zijn vader, op wie ze eenendertig jaar geleden verliefd was geworden. Lichtblauw en ijskoud. Bijna negentien was ze, net begonnen als au pair in Brussel en kort daarna al zwanger. Het is allemaal terug in haar hoofd. De keizersnede in een of andere privékliniek, de complicaties daarna en de tijd dat hij haar Alex niet liet zien. En nu heeft het verleden haar ingehaald. Ze voelt zich misselijk. Zou de politie al iets weten?

20.20 uur

‘Bedankt dat u zo laat nog wilde komen.’ Van Klaveren zet twee bekertjes koffie op tafel, schuift er een naar Sander toe en gaat tegenover hem zitten.
‘Meneer Steenberg, hoe goed kent u uw vrouw eigenlijk?’
‘Wat is dat voor een rare vraag? Wij zijn volgend jaar vijfentwintig jaar getrouwd!’
‘U rijdt in een Mercedes S-Klasse, dat is een dure auto voor een schilder. Want dat was u toch, schilder?’
‘Mijn vrouw heeft een goedlopende zaak en het leek ons beter dat ik er ook in stap. Dus ja, ik werk niet meer als schilder. En ja, we hebben een mooie auto. Wat heeft dat er mee te maken?’ Zweetdruppeltjes verschijnen op Sanders voorhoofd.
‘U vrouw heeft inderdaad een succesvolle winkelketen, in cadeauartikelen, is het niet? Jullie doen ook aan online verkoop. Ik vraag me af, hoeveel u weet van het bedrijf?’
‘Ik weet werkelijk niet waar u op doelt. Word ik ergens van verdacht?’
‘Meneer Steenberg, ik zal eerlijk met u zijn. We hebben een anonieme tip gekregen en we zijn er uiteraard achteraan gegaan. We zullen uw vrouw moeten aanhouden.’
‘Wat?’ Sander verslikt zich in zijn koffie. Maar de rechercheur gaat onverstoord door.
‘Wij hebben aanwijzingen dat u vrouw in cocaïne handelt, meneer Steenberg.’

Dag 2

06.15 uur

Sylvia kan niet meer slapen en kijkt uit het raam. De regen komt met bakken uit de hemel en straaltjes water lopen langs de ruit. Voor het eerst denkt ze weer aan haar verjaardagsfeest. Dat valt nu letterlijk in het water. Ondanks de pijnstillers heeft ze last van de schotwond in haar linkerzij. Ze heeft geluk gehad volgens de artsen. Twee centimeter hoger en de kogel zou het hart hebben geraakt. De kamerdeur gaat open en uit een ooghoek ziet Sylvia iemand in een witte jas binnen komen die de deur weer zachtjes achter zich sluit.
‘Gefeliciteerd, moeder.’
Sylvia staart met open mond naar de man in de doktersjas. Hij lijkt op Alex, maar hij is het niet.
‘Wie ben jij?’
‘Je zou me moeten kennen. Ik ben Jean-Pierre, Alex’ tweelingbroer. Nu ben je helemaal sprakeloos, hé? En wat denk je waarom ik hier ben? In ieder geval niet om jouw feestje mee te vieren, daar geef ik geen ene shit om. Achttien jaar heb je me laten wegrotten in dat kindertehuis. Maar na al die jaren heb ik je gevonden en nu zal je boeten! Jammer dat het gisteren niet gelukt is.’
Langzaam haalt hij een pistool onder zijn jas vandaan en gaat naast het bed staan. Sylvia zoekt met haar ogen vertwijfeld naar de bel om de zuster te roepen maar Jean-Pierre is haar voor.
‘Zoek je deze?’ Triomfantelijk houdt hij in zijn andere hand de alarmknop en trekt met een ruk de stekker uit de muur. ‘Je kan schreeuwen als je wilt, maar er is niemand meer op de gang. Oh ja, de politie heeft gisteren nog even je mooie huis en de winkels overhoop gehaald. Je zit namelijk in de cocaïnehandel, wist je dat? Klein grapje van mij!’ Hij grijnst maar zijn ogen lachen niet mee. Sylvia opent haar mond toch er komt geen geluid uit. Haar keel lijkt wel dichtgeknepen. Waar is de politie?

07.25 uur

‘Krijg nou toch wat!’ Een aantal hoofden draait in Verhoevens richting.
‘De Belgen hebben een internationaal opsporingsbevel uitgegeven voor ene Jean-Pierre Colombier, ontsnapt uit de gevangenis van Gent waar hij nog minstens twaalf jaar moet zitten voor moord. En nu moeten jullie eens naar die foto kijken. Echt, twee druppels water!’
Van Klaveren en Bruinsma veren op uit hun stoelen en lopen naar hun collega. Met verbazing staren ze naar het scherm.
‘Het wordt tijd om mevrouw Steenberg onder handen te nemen.’ Van Klaveren pakt zijn jas van de stoelleuning en knikt naar Bruinsma die onmiddellijk hetzelfde doet.
‘Kun jij ondertussen bij de Belgen informeren over die Colombier? We moeten alles weten.’
‘Goed chef!’ Verhoeven pakt de telefoon terwijl zijn collega’s naar buiten lopen waar de straat nat is van de regen. Nog voor ze de auto bereiken klinkt er een Nokiadeuntje uit de binnenzak van de inspecteur.
‘Van Klaveren. Wat? Wanneer? We komen er aan.’ Hij bergt zijn mobieltje op en Bruinsma kijkt hem vragend aan.
‘Er is geschoten in het ziekenhuis.’ Zonder verdere woorden rennen ze naar de auto.

Een week later

‘Als we alle zaken maar zo snel konden oplossen, hé.’ Van Klaveren neemt een slok van zijn biertje. Het is druk in de stamkroeg zoals altijd op vrijdagavond.
‘Ik vind het nog steeds raar dat Sylvia niet wist dat ze een tweeling had. Ik bedoel, als vrouw weet je zoiets toch!’ Bruinsma vist het citroenschijfje uit haar ijsthee en stopt het in haar mond, zonder op de grimassen van haar collega´s te letten die tegenover haar zitten.
‘Ze wist het wel, maar haar is verteld dat een van de twee kinderen doodgeboren was. Nou ja, ze was jong en naïef. Die Colombier was trouwens een van de grootste drugsbazen van Brussel in die tijd. Die had geld zat om hier en daar zwijggeld te betalen. Het is gewoon nooit uitgekomen want Jean-Pierre kreeg de achternaam van zijn vader.’
‘Maar waarom mocht Sylvia niet weten dat het andere zoontje nog leefde?’ Bruinsma legt een citroenpitje naast haar glas.
‘Wraak. Ze had inmiddels door dat Colombier een hele foute man was en wilde zo snel mogelijk terug naar Nederland met Alex. Hij zou zijn zoon nooit meer zien en dat pikte hij blijkbaar niet. Het is wel kantje boord geweest met Jean-Pierre, iets met de navelstreng. Die jongen heeft daar toch wat aan over gehouden, daarom is hij waarschijnlijk in een tehuis geplaatst. En vergeet niet dat de verhouding tussen Sylvia en haar ouders toen ook uiterst beroerd was. Die wisten nog niet de helft van wat hun dochter in België allemaal uitgespookt heeft. Ze hebben die man ook nooit ontmoet. Maar goed, later leerde Sylvia Sander Steenberg kennen en die kon prima overweg met zijn stiefzoon.’
‘Heb je nog iets van Pieter gehoord?’ Van Klaveren kijkt vragend naar Verhoeven.
‘Ja. hij is weer thuis. Hij heeft nog wel hoofdpijn van die klap van Jean-Pierre. Ongelofelijk dat hij op tijd bijkwam om die man te stoppen. Ik denk dat Pieter het nog het moeilijkst mee heeft dat hij een man heeft doodgeschoten, ook al was die dan een moordenaar. Zoiets gaat je niet in de kouwe kleren zitten.’ Van Klaveren en Bruinsma knikken instemmend.

‘Triest eigenlijk, zo een jongen. Zijn hele jeugd in een kinderthuis en het eerste wat hij doet als hij de kans krijgt, is zijn eigen vader vermoorden. En dan ook nog op een gruwelijke manier. Tja, en nu was dus zijn moeder aan de beurt.’ Van Klaveren neemt een laatste teug uit zijn glas.
‘Nou, gelukkig is dat niet gebeurd. Ik wist trouwens niet dat die dienbladjes in het ziekenhuis kogelwerend waren.´ zegt Bruinsma lachend.´
´Dat zijn ze natuurlijk niet maar dat stukje metaal heeft toch haar leven gered. En Pieter natuurlijk. Blijft nog de vraag waar Jean-Pierre die cocaïne vandaan had die we bij de Steenbergs hebben gevonden. Dat zullen we misschien nooit te weten komen. Ja, die verjaardag zal de familie Steenberg nog lang bijblijven! Nemen we nog een rondje?´ Van Klaveren wijst naar de lege glazen op tafel.